Examen is geen repetitie

Bij sommige mensen is een examenoproep al voldoende om een angstaanval te veroorzaken. 

Er zijn zelfs mensen die zo een hartgrondige afkeer hebben van een examen (en de sfeer daar omheen) dat ze zich spontaan ziek melden of andere dingen doen om maar niet te hoeven.

 

Overigens, ik vind dat er voor examenangst te weining (professionele) aandacht is maar daar gaat deze blog niet over.

 

Waarom haal ik het dan toch aan? Omdat er veel verkeerd gaat bij toetsing. Er is een examenvereniging (NVE) die vele (goede) initiatieven ontplooit en inzet op competentieverbetering en professionalisering. Maar zoals vaker te zien bij vereniging van vakgenoten neigt de discussie en aandacht vaak naar de innovaties en uitzonderingen. De 'simpele' basis wordt vaak veronderstelt gemeengoed te zijn. ...Maar dat is het vaak niet!

Toch kan iedereen die leerlingen heeft 'examens' maken. Meestal meerkeuze toetsvragen want dan is de organisatie lekker simpel en kijkt het lekker makkelijk na. Helaas hebben veel van de examens de verkeerde vorm, de verkeerde inhoud en zijn ze maar al te vaak van het verkeerde type. Ooit vertelde een MBO docent mij dat hij om de week een 'examen' afnam omdat hij 'die gasten' er anders helemaal niet meer onder kon houden.

 

Een examen is geen repetitie. Als eerste omdat repetitievragen (het woord zegt het al) herhaal- oftewel verwerkingsvragen van theoriestof zijn. Repetitievragen kan een goede docent nog eens een keer aan de keukentafel maken (lesboek erbij etc.) mits qua vorm juist.

  

Goede (valide) examens hebben meer functies dan leerlingen en cursisten de stuipen op het lijf te jagen. Simpel gezegd meet een goed examen datgene wat je wil weten (meten).

 

Meten wat je wil weten

Je kunt voorkennis of voortgang meten (diagnostische toets) of dat iemand een bepaald competentieniveau behaald heeft (criteriumtoets, examen) Wat wil je eigenlijk weten van een examenkandidaat? Betreft het theorie of een praktische handeling(en)? Gaat het om kennis, vaardigheid of houdingsaspecten of een combinatie? Wat moet hij of zij er precies van kennen of kunnen? Hoe bewijs je dat op een objectieve manier? Wat is de toetsvorm met de meest voorspellende waarde? Welke toetsitems hebben het grootst discriminerend vermogen om goed het onderscheid te maken tussen voldoende of onvoldoende vaardig/kundig?

Maar al te vaak zien we dat puur praktische handelingen volledig theoretisch worden getoetst. Voorbeeld uit de Toets Koekenbakker: Beschrijf hoe je het koekbeslag lekker luchtig klopt.

Dat wil ik helemaal niet weten van de koekenbakker in spe. Ik wil weten of hij het kan. Niet of hij het kan beschrijven. De meest correcte (valide) toetsingsvorm is het om hier een praktijkopdracht te geven. De uitkomst daarvan laat zien wat ik wil weten. Maar ja, dat is wel meer werk en lastiger te organiseren.

Andere veel voorkomende fouten in toetsconstructies zijn dat toetsvragen geschreven zijn door het raadplegen van (alleen) het lesboek en niet de toetstermen (leerdoelen). Maar in een lesboek staat naast datgene (stof) wat de leerdoelen aan moet brengen natuurlijk ook (verbindende en randvoorwaardelijke) context. Dus worden er bij deze manier van toetsconstructie ook vragen over context gesteld i.p.v. de ter zake doende leerdoelen.

 

Voorbeeld uit de toets Meten en uitzetten: Wat betekent NAP?

Het is helemaal niet relevant om de afkorting van het Normaal Amsterdams Peil te kennen. We willen weten of iemand correct kan meten met behulp van dit referentievlak en het kennen van de afkorting heeft geen civiel effect. Zomaar een paar zaken die aantonen dat ook toetsconstructie een vak is.

 

docent en instituut doen ook examen

Wat wij als instituut (Connex Bedrijfsopleidingen) ook willen weten is hoe onze docenten presteren. De kwaliteit van hun werk wordt voor een belangrijk deel bepaald door het aantal geslaagden. Maar ook door de resultaten per vraag.

Dus kijken we naar de examenuitslagen (per vraag / opdracht) gemeten over de gehele klas. De uitkomsten vergelijken we met gemiddelden uit andere klassen. Zakken er significant meer mensen dan zijn de leerdoelen misschien onvoldoende over- en aangebracht?

Daarnaast kijken we naar resultaten per getoetst onderwerp. Een afwijking hier zegt iets over hoe effectief het specifieke onderwerp is behandeld. Beheerst de docent het betreffende onderwerp niet voldoende of brengt hij het onvoldoende helder voor het voetlicht? Moeten we de veronderstelde voorkennis aanpassen?

Examenmomenten van leerlingen zijn dus net zo goed examenmomenten voor de betreffende docenten en voor ons als instituut.

 

Je begrijpt dat wij bij Connex Bedrijfsopleidingen al onze examinering altijd uitvoeren onder auspiciën van de stichting NBCE (Nederlands Bureau Competentie Examens). Zie ook www.nbce.nl. En uiteraard is hier de docent niet bij aanwezig, niet betrokken bij het maken van de examens, het nakijken ervan of het bepalen van de uitslag.

 

Overigens, moet je nog examen doen? Dan wens ik je een valide examen en heel veel succes!

 

Dick Hijmensen, alg. dir.

Connex Bedrijfsopleidingen B.V.